Naast het zingen in de band Cajun, trad ik solo ook nog op. Gewoon lekker met mijn gitaartje. Gitaren inmiddels, want ik vond de afwisseling tussen tokkelen op mijn Spaanse gitaar en een lekker slagje op mijn stalen snaren wel fijn.
Ik werkte destijds in de Zandloper. Een restaurantdancing temidden van recreatiebungalows vlak bij de duinen van Julianadorp. Ik runde daar de snackbar. Ik bakte patat, schepte ijs, vulde de voorraden bij, vaak in mijn eentje.
“Wollen Sie ein halbes Hähnchen und pommes mit Mayo”
Mijn Duits is daar zienderogen vooruitgegaan.
De eigenaresse Gré de Wit vond dat ik na mijn Los Vast avontuur inmiddels wel ‘beroemd’ genoeg was om in haar restaurant De Bickery op te treden.
“Gewoon op de achtergrond. Zing maar mooie liedjes, dan kunnen de mensen ondertussen lekker hydra dooreten en ook nog met elkaar praten.”
Iets wat we nu in muzikantentaal ‘een behangetje’ noemen. Ik vond het geweldig! Ik verdiende er ook nog een zakcentje mee.
“Je moet wel zelf de posters maken”, zei Gré, en dat deed ik. Met viltstiften en een kopieerapparaat. Daar hing ik ineens ‘overal’. Ik speelde inderdaad mijn lievelingsluisterliedjes, zat gewoon op een tafeltje ergens in een hoek. Mijn verloren-en-weer-gevonden-witte-jurkje kwam ook weer van pas. Ik zong drie sets van ongeveer een half uur. Eigenlijk was het gewoon een oefenavond. Ik kon ook liedjes herhalen. Dat had niemand door.
© 2025 Hanneke Bergsma | Ontwerp en realisatie door Lloyd Paap